Zoeken

R

Rationalisme
1. Stroming die ervan uitgaat niet de zintuigelijke ervaring het criterium is van waarheid maar de rede. Meer theoretisch: het is een methode of een theorie waarbij het criterium van waarheid niet zintuigelijk is, maar intellectueel and deductief afleidbaar.

Tegengestelde positie
Empirisme


Rawls
1. John Rawls (1921-2002). Filosoof.


Raz
1. Joseph Raz (1939-). Filosoof.


Realisme
1. Verzamelterm voor meerdere zienswijzen met als gezamenlijk uitgangspunt de erkenning van het bestaan van bepaalde dingen. Onderscheid kan gemaakt worden voor:
a. Moreel realisme
b. Wetenschappelijk realisme
c. Epistemologisch realisme (versus idealisme)
d. Universalia-realisme (versus Nominalisme)


Realisme (moreel-)
1. Claim dat beweringen waar of onwaar zijn omdat feiten in de wereld deze waar of onwaar maken.

Tegenovergestelde positie
Moreel anti-realisme


Rechtsethiek
1. Juridische beroepsethiek (in engels: legal ethics) niet te verwarren met de ethische fundering van het recht (rechtsfilosofie)


Rechtsfilosofie
1. Filosofie van het recht, houdt zich o.a. met vragen bezig als:
- waarom zijn wij gebonden aan het recht
- wat zijn de machtsgrenzen van het recht
- wat is de aard van het recht
- (niet unaniem) welke ethische normen gelden er voor rechtsbeoefenaren


Rechtspositivisme
1. Stroming in de rechtsfilosofie die stelt dat het recht zoals vastgelegd in wet- en regelgeving als los verschijnsel bezien moet worden. Ze kan geanalyseerd en beschreven worden zonder noodzakelijke verwijzing naar moraal of theonomie.


Rechtspositivisme (inclusieve-)
1. Gematigde versie van het rechtspositivisme; stelt dat binnen een rechtssysteem gebruik kan worden gemaakt van een moreel argument indien dit wordt gevraagd/gedoogd vanuit het vastgelegd, juridische systeem.


Redenering
1. Samenhangend oordeel


Reductionisme t.a.v Persoonlijke identiteit
1. Parfit: theorie die stelt dat mijn bestaan geen alles of niets-moment is (bijvoorbeeld de conceptie) maar dat mijn bestaan een geleidelijke overgangsmoment behelst die tijd kost en gradueel is.

Tegenovergestelde positie
Non-reductionisme


Reflective equilibrium
1. Coherentie-methode die ernaar streeft om ten aanzien (van een bepaald deel) van ons systeem van morele opvattingen - bijvoorbeeld over wat rechtvaardigheid is - de verschillende opvattingen die je nodig heb om hierover te spreken integreert en inhoudelijk samenhangend maakt. Reflective equilibrium is het evenwicht dat moet ontstaan bij reflectie op en aanpassing van algemene idee├źn/principes in samenhang met concrete oordelen. Belangrijkste filosoof: Rawls


Regel-consequentialisme
1. Vorm van consequentialisme waarbij de juistheid van een handeling wordt beoordeeld door het evalueren van alle gevolgen indien de handeling regel zou worden (m.a.w. wat zou er gebeuren als iedereen dit deed).

Tegenovergestelde positie
Act-consequentialisme


Regelscepticisme
1. Rechtsfilosofisch begrip; opvatting dat sprake is van een radicale onbepaaldheid in recht en hiermee de onmogelijkheid van een juridische doctrine. Staat hiermee recht tegenover zowel natuurrecht als het rechtspositivisme.


Regel-utilitarisme
1. Utilistische vorm van Regel-consequentialisme.
2. (bedoeld wordt) Regel-consequentialisme.


Relatief
1. Moet worden bezien in relatie tot iets anders.


Relativisme
1. Noemer voor meerdere doctrines die als uitgangspunt de overtuiging delen dat de waarheid van beweringen altijd betrekkelijk is omdat ze altijd wordt bepaald door de (sociale) achtergrond van, plaats waarop en tijd waarin een subject de bewering uitspreekt.


Relativisme (cultuur-)
1. Stelling dat culturen niet met elkaar vergeleken kunnen worden en zijn hierdoor gelijkwaardig. Ze kunnen en mogen alleen worden beoordeeld vanuit en door zichzelf.


Relativisme (moreel-)
1. Stelling dat een universeel moraal, universele waarden niet bestaan, maar altijd afhankelijk zijn van de samenleving waarover gesproken wordt.


Ricoeur
1. Paul Ricoeur (1913-). Filosoof.


Rorty
1. Richard (McKay) Rorty (1931-). Filosoof.


Ross
1. William David Ross (1877-1971). Filosoof.


Rousseau
1. Jean-Jacques Rousseau (1712-1778). Filosoof.


Russell
1. Bertrand (Arthur William) Russel (1872-1970). Filosoof.


Ryle
1. Gilbert Ryle (1900-1976). Filosoof.