Zoeken

C

ca.
1. (lat) circa - Ongeveer.


Camus
1. Albert Camus (1913-1960). Filosoof.


Carnap
1. Rudolf Carnap (1891-1970). Filosoof.


Cartesianisme
1. Een filosofie gebaseert op de ideeën van de filosoof René Descartes.


Categorisch imperatief
1. Term uit de moraalfilosofie van Kant. Een op meerdere manieren verwoord absoluut en universeel gebod waaruit dwingend een bepaald handelen volgt. 

De bekendste versies: 
(1) handel alleen volgens die maxime waarvan men tegelijkertijd zou willen dat ze een algemene wet wordt, en 
(2) gebruik de mensheid nooit slechts als middel maar altijd als doel.

Tegenovergesteld begrip
Hypothetische imperatief


cf.
(lat) confer - Vergelijk.


Chalmers
1. David Chalmers (1966-.). Filosoof (met name Filosofie van de geest).


Cleanthes
1. Cleanthes (331-232 v.c.). Filosoof.


Cognitie
1. Het kennen.
2. Vermogen te leren.


Cognitivisme
1. Meta-ethische theorie volgens welke ethische uitspraken rationeel te herleiden waarheidclaims zijn (dus uiteindelijk waar/onwaar zijn). Een cognitvist is ervan overtuigd dat morele oordelen waar of onwaar zijn (gelijk aan "Deze tafel is vierkant.").

Tegenovergestelde positie
Non-cognitivisme


Coherent
1. Samenhangend.


Communitarisme
1. Verzamelpositie van meerdere ethische/politiek filosofische theorieën - vaak als tegenhanger van het liberalisme - met als algemene overeenkomst dat voor de herkomst van moraal de samenleving voorop gaat aan het individu. Dit richt zich op (1) de invloed van de samenleving op het individu en (2) op de herkomst van waarden in een gemeenschappelijke geschiedenis.


Comte
1. Isidore Marie Auguste François Xavier Comte (1798-1857). Filosoof.


Consequentialisme
1. Stelt dat de morele juistheid van een handeling bepaald wordt door het resultaat (de gevolgen) van de handeling.
2. Stelt dat de morele juistheid van een handeling bepaald wordt door te bepalen in hoeverre het het resultaat van de handeling bijdraagt aan het goede.


Consequentialisme (Act-)
1. Zie Act-consequentialisme.


Consequentialisme (Regel-)
1. Zie Regel-consequentialisme.


Conservatisme
1. Verzamelnaam voor meerdere stromingen die a-priori redeneren en revolutionaire ontwikkelingen wantrouwen om daarentegen de voorkeur te geven aan ervaring en graduele, gelijdelijke vooruitgang via geteste stappen. Wordt in Nederland vaak geassocieerd met behoudzucht.


Continentale filosofie
1. In algemeen: de filosofie die een fundament vond in in de 19e en 20e eeuw in Europa (vaste land) en qua denken een sterke nadruk had op sociale en culturele aspecten van het menselijk handelen. O.a. Hegel, Marx, Husserl en Heidegger zijn belangrijke filosofen. Binnen de contingentale filosofie zijn diverse stromingen te onderkennen: zoals het (post)marxisme, het structuralisme, de fenomenologie, de hermeneutiek, kritische theorie en het existentialisme. De analytische filosofie kan gezien worden als een tegenhanger van de continentale filosofie.


Contingent
1. Te onderscheiden van noodzakelijk als soort van waarheid. Een bewering is contingent indien deze waar is/kan zijn maar waarbij voor te stellen is dat dit ook anders had kunnen zijn.

Voorbeeld
De bewering "Een waarschuwingsbord is een driehoekig bord.", is contingent (waar). Het had ook een rond bord kunnen 
zijn.


Contradictio in terminis
1. Een combinatie van woorden dat onmogelijk is om voor of vast te stellen indien gekeken wordt naar de definitie van de gebruikte woorden. Bijvoorbeeld: een vierkant rondje.


Culturele antopologie
1. Wetenschap die de cultuurverschijnselen en cultuurpatronen die vorm geven aan het dagelijks leven en hun sociale 
verbanden bestudeert.


Cultuur
1. Alles wat door de samenleving wordt voortgebracht (in tegenstelling tot natuur). 
2. Kunstuiting, kunst en/of wetenschap, inclusief o.a. literatuur, architectuur, schilderijen, theater 
3. De sfeer en tradities/gewoonten van een bepaalde gemeenschap.

Etymologie
(lat) colere = keren met een ploeg (in cultuur brengen)


Cultuurrelativisme
1. Stelling dat culturen niet met elkaar vergeleken kunnen worden en hierdoor gelijkwaardig zijn. Ze kunnen en mogen alleen worden beoordeeld vanuit en door zichzelf.